In Raak Magazine vertelt telkens een Raak-medewerker of -vrijwilliger een uit het leven gegrepen verhaal. In editie mei-juni vertelt Wouter Fransen, stafmedewerker marketing en communicatiestrategie, over de ontdekkingsreis van het ouderschap.
Vol verwondering, en een tikkeltje melancholie. Met die blik keek ik enkele dagen geleden naar de maan, in de wetenschap dat ergens in het onmetelijke donker achter die bleke bol vier ruimtevaarders die nacht geschiedenis zouden schrijven.
In gedachten stond ik plots weer op die kale akker net buiten Arendonk. Frank en ik hapten naar adem en frisse lucht, even ontsnapt aan de dreunende beats en de onmiskenbare geur van verschaald bier. Het was nieuwjaarsnacht, ik was 17 en de wereld was te klein.
De voorbije zes jaar hadden we samen onze broeken versleten op de middelbareschoolbanken. Het had aangevoeld als één lange startbaan, een eindeloos wachten. Dat jaar zouden we allebei naar Leuven vertrekken, op kot, weg vanonder de kerktoren. Die nacht op de akker werden straffe plannen gesmeed. We zouden de wereld aan rondreizen. Vrijwilligerswerk doen en de politiek ingaan. Armoede bestrijden en wereldvrede brengen. Het Firmament Bestormen. Huisje tuintje boompje beestje? Alles was beter dan dat. Zorgen voor kinderen, een hond en een groentetuin – dat was iets voor thuisblijvers, onderhevig aan de zwaartekracht. Wij, wij waren astronauten.
En toen kwam Zij.
Ze kwam op een frisse maandagochtend in september, en niets zou daarna nog hetzelfde zijn. Van dichtbij mogen meemaken hoe zo’n innieminniemensje groeit – geen haar op mijn hoofd dat eraan gedacht had dat ook dát een ontdekkingsreis is (en misschien wel de grootste van allemaal). Dat geen astronomische prestatie opweegt tegen de olympische inspanningen van die eerste slapeloze maanden. Dat een betere wereld misschien w el begint bij je eigen kind. Zeker, voor het zover was, is er veel Firmament Bestormd, inclusief wereldreizen en vrijwilligerswerk. Maar intussen heb ik Haar, en een hond en een groentetuin. En het voelt alsof het nooit anders geweest is.
Een jaar of vijf geleden lagen we samen in de hangmat. “Meisje”, zei ik, “wat zou ik toch zonder jou moeten doen?”. Ze moest er niet lang over nadenken. “Wel, papa, dan kijk je eens goed rond, zoek je een meisje, en maak je een nieuw kindje.” Als opvoeden een oefening is in loslaten, dan is wel duidelijk wie van ons twee daar het beste in is. Ik heb er inmiddels een gewoonte van gemaakt om te dreigen Haar in een klein bokaaltje te stoppen en het deksel heel erg dicht te schroeven. Maar ook dat helpt niet. Zij wil groeien, veranderen, ontdekken. Ze is er klaar voor.
En zo viel het me plots te binnen, gisterenavond bij het kijken naar de maan. Ik had het al die tijd verkeerd. Ik was altijd al de Aarde, en zij de astronaut.




