Home > Nieuws > Column: ‘Op kamp, niet op camp’

Column: ‘Op kamp, niet op camp’

In ons ledenblad Raak Magazine schijnen gedelegeerd bestuur Jo De Smet en voorzitter Fabian Spreeuwers afwisselend hun licht op de maatschappij. Deze editie roept Jo op tot meer kamp, minder camp.

Bij ons thuis wordt de zomerkalender al jaren rond één vast punt gebouwd: het Chirokamp. De rest van de vakantie mag schuiven, puzzelen of improviseren, maar aan die jaarlijkse tiendaagse wordt niet geraakt. Voor veel kinderen en jongeren is zo’n kamp dan ook het hoogtepunt van het jaar.

Tien dagen samenleven. Spelen, zingen, lachen, discussiëren, grenzen verleggen, ruzie maken en het weer bijleggen. Uitgedaagd worden, plezier maken, vriendschappen smeden en – jawel – ook verantwoordelijkheid leren nemen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor sportkamp, Kazoukamp of speelpleinwerking.

Het zijn van die plekken waar echte ontmoeting nog vanzelfsprekend is. Smartphones en laptops blijven thuis. Niemand vraagt hoeveel volgers je hebt. Je bouwt er je eerste netwerk, lang voor LinkedIn weet dat je bestaat. Je leert samenwerken, luisteren, organiseren, mislukken, opnieuw proberen en zorgen voor elkaar.

Zo begint vaak de kennismaking met het verenigingsleven. Met de mensen in de buurt waarin je leeft. Met solidariteit dichtbij én veraf. Met democratisch samenwerken, ook als dat soms betekent dat je een half uur vergadert over iets wat achteraf gewoon logisch bleek.

Toch waait er de laatste maanden een vreemd discours door het land. Organisaties die inzetten op samenleven en samenwerken worden door sommigen benoemd als subsidieslurpers, zouden plots vooral “te veel kosten”. Verbindend jeugdwerk krijgt kritiek. Onze eigen medewerkers vertellen mij over gemeentebesturen die vinden dat er al genoeg verenigingsleven is. Of sterker nog: dat een organisatie als Raak niet welkom is.

Dat is bijzonder. Alsof je kan zeggen: “Nee dank u, wij hebben hier al genoeg buren die elkaar helpen. Genoeg vrijwilligers. Genoeg plaatsen waar jongeren terechtkunnen. Genoeg verbondenheid, echt waar, het mag wat minder.”

Maar ik lees dat er wel budgetten vrijgemaakt moeten worden voor zogenaamde bootcamps: heropvoedingskampen met een streng regime, waar structuur, discipline en respect voor regels centraal staan. Camp met een c dus. Minder kampvuur, meer fluitje. Minder gemeenschap, meer commando. In de Verenigde Staten bestaan zulke bootcamps al langer, maar internationale studies tonen geen betrouwbare daling van recidive. Waar er wél positieve resultaten zijn, hangen die vooral samen met wat wij eigenlijk al lang weten: goede begeleiding, onderwijs, nazorg, vertrouwen en een positief leefklimaat.

Dus misschien moeten we het simpel houden: voorkom een camp en ga mee op kamp. En een overheid die vandaag investeert in op kamp gaan, ontmoeting, sport en verenigingen, moet morgen minder investeren in camp, controle en repressie.

Meer nieuws