Voor ons ledenblad Raak Magazine gaat elke editie een vrijwilliger aankloppen bij enkele buren om te vragen wat zij van hun buurt en buren vinden. Voor editie juli-augustus deed Dominique een rondje rond de kerk van Pittem.
Ria & Jean-Marie:
“Eerst woonden we in Zwevezele, nu al 34 jaar in Pittem. Dicht bij de platse en dat is handig, zeker als we wat ouder worden. We wonen hier heel graag. In het begin misschien wat minder graag, maar daarna leerden we mensen én het verenigingsleven kennen en zo groeit het. We amuseren ons als vrijwilliger bij Femma, Raak, Samana, het Rode Kruis en het ziekenhuis. Vroeger zaten we bijna elke avond buiten, met Niezeke, een buurvrouw die onlangs overleed. Dan dronken of aten we iets. Of we speelden met Guido, de slager, en vijf buren elke donderdagavond vogelpik in onze garage. Vandaag zijn er veel nieuwe, jonge mensen. Die zeggen wel goeiedag, maar daar blijft het bij. Ze hebben ook weinig tijd. Wij zijn met pensioen en doen graag een klapke. Hebben we groenten over, dan delen we die. Tijdens de vakantie geven we de kat van de buren eten, omgekeerd past een buur op ons huis als wij op reis zijn.”
Sara & Kim:
“We wonen hier elf jaar en we wonen hier graag. Er is veel passage, iedereen zegt goeiedag en we babbelen gemakkelijk. Onze kinderen Nora (6) en Aster (2) hoeven maar om de hoek en ze zijn op school. Zelf gaan we te voet of met de fiets naar de bakker, de slager en de supermarkt. We wonen in een fietsstraat, een zone 30. Toch wordt er veel te snel gereden. In het begin was er meer contact, maar in huurwoningen wisselen bewoners regelmatig en in de appartementen wonen veel nieuwe mensen. Een buurvrouw had zichzelf eens buitengesloten, toen hebben we geholpen door met een ladder in haar eigen huis in te breken. Binnenkort vindt Zotte Maandag plaats, dan kijken we samen naar de stoet. Beweging.net Pittem-Egem organiseert elk jaar een buurtborrel in een andere buurt, het zou tof zijn als dat eens bij ons kon.”
Patricia & Peter:
“We wonen hier sinds 1999. Onze dochters Ina en Mona zijn 21 en 19. Alles ligt hier dichtbij: de school, de winkels. Het is leuk wonen en leven in Pittem. We wonen in het centrum en hebben een grote, diepe tuin. Twee kilometer verderop is de boerenbuiten. Al mag er nog altijd wat meer groen zijn in onze gemeente. We wandelen, lopen en fietsen veel, maar wat opvalt, is hoe snel de auto’s hier rijden, nochtans zone 30. Vooral tijdens het weekend. De buren? We hebben goede buren, altijd gehad. We lopen elkaars dorpel niet plat, maar als er iets is, staan we paraat. Is er iemand weg, dan houden we diens huis in het oog. Tien jaar geleden was er een straatfeest, heel leuk. Kort erna nodigden we de buren ook uit op Mona’s plechtigecommuniefeest. Nu zien we soms een van de buren bij Femma of Raak.”
Tessa & Niels:
bouwden een nieuwe woning op de plek waar Niels opgroeide. Aan de muur hangt een mooie spreuk: ‘Le paradis, c’est ici. Ma famille, mon tout.’ “We wonen hier vijf jaar. Jerom (8), Caspar (6) en Isa (4) amuseren zich rot. Tijdens de vakantie spelen en ravotten ze elke dag samen met alle kinderen uit de buurt, bij ons in de tuin of bij een van de buren. De oudsten letten op de jongsten. Iedereen kent en helpt iedereen. We hebben een WhatsApp-groepje van de straat en wisselen een tweejaarlijkse daguitstap af met een tweejaarlijks straatfeest. Onze buren hebben een sleutel van ons huis en wij kennen hun code. We komen ook in het woonzorgcentrum, vooral omdat meme en pepe, de grootouders van Niels, daar wonen.”
Roland & Roos:
“We wonen hier sinds 1985. We hebben vier kinderen, één woont nog thuis. De straat was toen nog leeg en stil. Nu is het een levendige buurt, met jonge en oudere mensen door
elkaar. Alles ligt dichtbij. Rond ons huis zingt en fladdert het, een kleine biotoop vol vogels. De buren kennen we allemaal, zonder elkaars deur plat te lopen. Is er iets, dan spreken we elkaar gewoon aan. De eerste Torrenmolenfeesten vierden we op straat, onder een blakende zon. Kinderen trapten een bal of doken in zwembadjes die buurman Eddy had opgeblazen. Later verhuisden de feesten naar een tent en nog later naar een hangar. Nu heffen we af en toe samen het glas en delen we wat het leven brengt. De buurt verandert wel en de nieuwe gezichten blijven vaker onbekend. Vroeger legden de kinderen gemakkelijk contact, nu gaat het anders. Vertrekken? Dat zit er nog niet in. We wonen hier veel te graag.”




