Elk Raak Magazine gaan een BV en een Raak-lid in gesprek. In editie januari-februari hebben Tania Van der Sanden en Ils Van Tendeloo het onder meer over engagement, theater en ‘erbij horen’.
Actrice Tania Van der Sanden en Raak-vrijwilligster Ils Van Tendeloo ontmoeten elkaar bij theater ’t Arsenaal in Mechelen. Tania en auteur Freek Mariën hebben net de eerste lezing van het theaterstuk KAMP achter de rug, en dat levert meteen wat inspiratie op.
De dames kunnen bovendien hun beste Kempens bovenhalen, want terwijl KAMP in de steigers wordt gezet, is Tania Van der Sanden ook te zien in de succesproductie ‘Groenten uit Balen’, waarin ze moeder Clara De Bruycker speelt, naast Koen De Bouw.
Het theaterstuk KAMP gaat volgens de makers over het geloof in verhalen, het gevaar van de leugen en de schoonheid van het verzinnen. Het stuk speelt zich af in een land dat van bepaalde mensen af wil en voor hen een plek bouwt. Terwijl die gebouwd wordt, moeten die mensen even naar een kamp. Ondertussen zitten ze daar al een paar jaar en arriveert er een regisseur om in beeld te brengen hoe mooi het leven er wel niet is. De makers willen met dit stuk laten zien dat er universele tendensen spelen. Ook in België wordt volgens de makers geknaagd aan het recht op protesteren, de rechten van migranten en vluchtelingen staan onder druk … Ze waarschuwen voor de eerste stapjes op een hellend vlak.
Tania: “Er ontstaat een mini-maatschappij van outcasts. Ze zijn naar het kamp gebracht met de belofte van een mooie eigen plek, maar voorlopig is het overleven in barakken. En toch valt er bij de eerste lezing al veel te lachen. Er zit veel humor in de tekst. Mensen die in moeilijke omstandigheden moeten samenleven, gaan de lichte kant van het leven opzoeken, anders hou je het niet vol.”
Wat voor iemand is jouw personage?
Tania: “Zij is de kampoudste. Een interessant personage, want ze wil de bewoners doen geloven – en misschien gelooft ze het zelf ook wel – dat ze op weg zijn naar een betere plek. Het is me nu, bij het begin van de productie, nog niet helemaal duidelijk in welke mate ze liegt. De tekst is ambigu op dat vlak. Wat is liegen, als je er zelf in gelooft, of als je jezelf alleszins hebt wijsgemaakt dat het doel bestaat? Zij zegt zelf: ‘Ik zorg ervoor dat de mensen hier overleven.’”
Ils, spreekt dat gegeven jou aan?
Ils: “Het lijkt ver van ons bed, maar die zorgende, moederlijke bekommernis om anderen is herkenbaar. Als je wat ouder bent, weet je ook dat het wel goed komt, ook al zijn de zaken niet perfect. Als we ons er maar samen doorheen slaan.”
Je werkt voor stad en OCMW Lier?
Ils: “Afgestudeerd als maatschappelijk assistent werkte ik inderdaad bij het OCMW van Lier. Maar 25 jaar geleden werd ik neergestoken door een cliënt. Ik heb dat ternauwernood overleefd en heb er een fysieke beperking aan overgehouden. Het trauma bleek ook te groot om mijn werk als maatschappelijk assistent verder te zetten. Ik kreeg de kans om mij meer achter de schermen nuttig te maken, en werk nu voor de communicatiedienst van stad en OCMW Lier. Ik heb mij ondanks mijn handicap gesmeten in mijn nieuwe job. Als ik iets doe, wil ik het goed doen. Want ook in het vrijwilligerswerk dat ik doe voor Raak Heist ben ik iets té hard gegaan. Mijn perfectionisme heeft ervoor gezorgd dat chronische stressklachten mij dwingen om op de rem te gaan staan.”
Wat betekent engagement voor jullie?
Tania: “Veel, hoor. Mijn engagement tegenover mijn werk, tegenover mijn gezin, tegenover mijn vrienden, en tegenover mijzelf. Dat laatste mag ik niet vergeten. Als ik ja zeg tegen een project is het engagement 100 procent. Maar je wilt er ook 100 procent zijn voor je gezin en voor de anderen. Ik heb moeten leren, met schade en schande, om me ook te engageren en respect op te brengen voor mijzelf. Zoals algemeen geweten is, ben ik intussen vijftien jaar nuchter. Uit die periode heb ik geleerd dat ik ook tegenover mezelf een groot engagement moet hebben. Als je weet wat het is om niet vooruit te kunnen, dan respecteer je des te meer wat het is om wel vooruit te kunnen. Ik weet wat het is om te denken ‘ik wil niet meer en ik kan niet meer en het gaat niet meer’, en om daar dan uit te kruipen en opnieuw te kunnen genieten van kleine, gewone dingen. Dat vergroot je engagement.”
Zou je je kunnen engageren in het verenigingsleven, bijvoorbeeld?
Tania: “Wij zitten als theatermakers constant in het verenigingsleven (lacht). Ik ben niet bij een tennis- of een hobbyclub, als je dat bedoelt. Zoiets is niet te combineren met deze job. Ik geniet heel erg van de momenten met mijn ‘thuisvereniging’, met de huisdieren, de kinderen en mijn partner. Als kind was ik bij alle soorten verenigingen zoals tennis, paardrijden, voordracht en Chiro. Op zeker ogenblik moest ik van mijn moeder toch kiezen, het werd Chiro en voordracht. Zo komt het dat ik hier zit, hé (lacht). Ik hoor bij de gelukkige zes procent van de theatermakers die kan leven van zijn werk.”
Wat betekent ‘erbij horen’ voor jullie?
Tania: “Wanneer je net gestopt bent met drinken, kun je heel erg het gevoel hebben dat je er niet meer bij hoort. Terwijl ik zo blij ben dat ik geen alcohol meer nodig heb om mij goed te voelen. In KAMP gaat het ook om mensen die er niet meer bij horen, die een mini maatschappij gaan vormen waarbinnen er wéér mensen niet bij horen. Ik denk dat iedereen wel eens dat gevoel heeft: ik hoor er niet bij, ik ben hier het vijfde wiel aan de wagen. Als we wat meer empathisch zouden zijn tegenover elkaar, zou het er toch anders uitzien. Waarom zou ik niet in gesprek kunnen gaan met een andersdenkende? Niet eenvoudig. Maar het is de kern van theater. Die clash van standpunten heb je ook nodig om een interessante voorstelling te kunnen schrijven. Maar mensen zijn snel overtuigd van hun eigen gelijk. Dat herken ik ook bij mezelf, hoor. De kunst is om dat eigen gelijk even opzij te zetten. Eenvoudig is dat niet. Erbij horen heeft ook te maken met zelfvertrouwen. In het begin van mijn herstel was dat zelfvertrouwen heel zwak. Het vergt tijd en kracht om in een groep waar je niet bij hoort te zeggen dat je er niets verkeerds doet. Hoe opener je zelf bent, hoe beter dat gaat. Maar dat vergt zelfvertrouwen. Dat zie je ook in KAMP. Wie twijfelt, staat zwakker. We moeten ons ook bewust zijn van onze eigen onbewuste bias. Onze zogezegde objectiviteit en neutraliteit zijn eigenlijk heel relatief. De diversiteit in het kunstenlandschap neemt gelukkig toe. Het is belangrijk dat verhalen naast elkaar kunnen blijven bestaan. Dus dat er bijvoorbeeld een vrij klassieke opvoering van ‘Groenten uit Balen’ plaatsvindt, terwijl elders iets radicaal anders speelt. Dat betekent niet dat het ene beter is dan het andere. Als je even uitzoomt zie je toch hoe betrekkelijk dergelijke discussies zijn. We zijn amper een stipje in het heelal.”
Ook op dat stipje in het heelal moet je er elke dag tegenaan, toch?
Tania: “Ja, maar het helpt toch om de zaken te relativeren. Waar maken we ons druk over?”
Ils: “Zolang je positieve zaken kunt vinden en doen in het leven, moet je toch kunnen doorzetten?”
Tania: “Tegen de grote problemen die onze wereld vormgeven kunnen we niet op. Maar we kunnen wel onze stem laten horen.”
Je kan mensen wel hulp aanbieden, maar de structurele problemen van bijvoorbeeld armoede en uitsluiting zijn daarmee niet opgelost, zeg je dat?
Tania: “Ik bedoel zeker niet dat we dan maar bij de pakken moeten blijven neerzitten. Maar je voelt je soms machteloos als je ziet hoe weinig weerklank breed gedragen protesten zoals voor Gaza of het klimaat krijgen. Moet je dan steeds extremer worden?”
Jullie hebben gemeen dat je jezelf als het ware weer in de race hebt moeten knokken na een periode ‘uit’ te zijn geweest.
Ils: “Mijn lichaam heeft mij een aantal maanden geledengedwongen om het werk neer te leggen. Door de moord op een OCMW-collega in Gent kwam ik tot de vaststelling dat ik dat trauma nog niet verwerkt heb. Het heeft me diep geraakt. Dankzij de hulp van Slachtofferhulp en Slachtofferonthaal heb ik perspectieven. Naast schrijftherapie ben ik ook geïnteresseerd om deel te nemen aan een dramaproject van het CAW. Daarbij worden slachtoffers van gewelddaden samengebracht. Ik zie het als een lotgenotengroep, een groep mensen met gelijkaardige ervaringen. Ik ben zelf nog zoekende, maar ik wéét dat ik erdoor geraak.”
Tania: “Terugkeren is niet gemakkelijk, hoor. Ik heb er niet aan getwijfeld om terug te keren in het vak, maar het was moeilijk om van de beschermde omgeving van de ziekenhuisopname, een minimaatschappij waar mooi geregeld is wanneer je eet, slaapt, creatief bent en bezoek krijgt, weer naar buiten te stappen. Het voelde toch even als ‘hier stap ik de boze wereld weer binnen’. De supermarkt met haar rijen vol drank, de terrassen vol blije drinkers. Nu heb ik er geen moeite mee, maar het heeft me wel jaren aan nazorg gekost, met praktische tips en contacten met lotgenoten. Zij helpen je door moeilijke momenten en zelf kun je ook mensen helpen. Als ik dat niet zou hebben, zou ik wankeler staan. En zelfs na vijftien jaar moet ik niet gaan denken dat ik het nu wel weet en onder controle heb. De buitenwereld begrijpt dat niet altijd, dat één glas genoeg is om het probleem weer wakker te roepen. Alcohol is een harddrug, maar maatschappelijk aanvaard.”
Het schijnt erbij te horen?
Tania: “Het heeft jaren geduurd voordat ik er open over kon spreken en het heeft tijd gekost om te gaan van ‘ik mag niet’ naar ‘ik wil niet’, en nu is het zo’n opluchting, zo’n bevrijding van de slavernij. Het heeft tijd nodig, en vooral veel communicatie. Maar ik heb niet het gevoel dat ik er niet meer bij hoor. Integendeel. Tevoren, toen ik nog wel dronk, zal ik wel gedacht hebben dat ik erbij hoorde, terwijl er achter mijn rug druk geroddeld werd over mijn drinken. Terwijl ik nu veel meer het gevoel heb serieus te worden genomen. Dat wil je niet meer kwijt. Maar het is een gevaarlijk duiveltje. De kans op herval blijft bestaan. Maar door erover te praten met lotgenoten maak je ze kleiner.”
Ik kan me voorstellen dat je niet altijd even veel zin hebt om je verhaal te doen?
Tania: “Ik merk dat er altijd wel een moment komt dat het ter sprake komt, en dan voel ik meteen aan wie het echt interesseert en wie niet. Wat jij hebt meegemaakt, Ils, is toch écht van een andere orde, dat wil ik toch even beklemtonen. Ik kom nu veel mensen tegen die zich niet kunnen voorstellen dat ik ooit gedronken heb. Dat is dan ook wel weer fijn. Kijk, soms wil je het er niet meer over hebben. Maar als dit verhaal iemand met hetzelfde probleem kan helpen om erdoor te komen, dan motiveert mij dat om het verhaal toch maar weer eens te doen.”
Ils: “Mijn verhaal doen vraagt vaak veel energie. Frustraties en boosheid komen naar boven. Er is immers heel wat misgelopen in de gerechtelijke procedure. Toch grijp ik nu de kans om dat allemaal uit te klaren. Samen met Slachtofferonthaal zoek ik naar antwoorden. Als slachtoffer ben ik op geen enkel moment gehoord in de strafprocedure. En nu blijkt dat net die erkenning zo belangrijk is. Daar zijn ze na 25 jaar wel achter gekomen. Dus ja, praten helpt wel. Als je de juiste mensen treft. Een bestuurslid van Raak Heist zette me op het juiste pad. Zo zie je maar …”
Tania: “Het is goed dat je ermee aan de slag gaat, want alleen zo zul je je woede kunnen bevechten.”
Zouden jullie met elkaar van job kunnen wisselen?
Tania: “Natuurlijk! Enfin, het communicatiegedeelte (lacht).”
Ils: “Wie weet verschijn ik nog wel ergens op het toneel via dat dramaproject van het CAW. Of toch iets uit mijn levensverhaal. En dat vind ik zeker zo belangrijk. Daarom is een toneelstuk zoals KAMP zo belangrijk. De boodschap die erachter zit, is zeker zo belangrijk als het verhaal. Ik kom alleszins kijken!”




