In Raak Magazine duiken we elke maand wat dieper in een thema, samen met een expert. Dit keer vertelt Gijs Justaert van publiq hoe organisaties en verenigingen meer mensen kunnen bereiken. Geen gouden raad, wel een aantal handvaten. “Relatie gaat altijd vooraf aan participatie.”
Organisaties en bedrijven moeten meer inzetten op een diverser publiek, wordt vaak gezegd. Maar wat is diversiteit eigenlijk?
“Hoe kijk je als organisatie naar mensen die je vandaag om verschillende redenen niet bereikt? Zo vat ik het samen. Bij die vraagt denkt men vaak aan mensen met een andere etnische achtergrond. Dat is het meest zichtbaar. Dat blijft ook een belangrijke drempel, maar we weten niet altijd hoeveel drempels er meespelen. Maar het gaat bijvoorbeeld ook over gender of mensen in armoede. En mensen met een neurodivers brein. Er zijn ook tal van andere, minder zichtbare, redenen waarom mensen niet aansluiten bij een vereniging. Dus het gaat verder dan zorgen dat er meer mensen van kleur in je vereniging zitten en ‘dan zijn we in orde’.”
Jullie begeleiden organisaties in de cultuur-, sport- en jeugdsector. Zie je een verschil?
“Ze hebben alle drie hun eigen uitdagingen en het besef om rond diversiteit te werken is de jongste vijftien jaar enorm gegroeid, bij elk op zijn snelheid. De cultuursector is daar bijvoorbeeld al lang mee bezig, met experimentele projecten en duurzame ingrepen. Maar inzetten op inclusie en diversiteit gaat niet snel, en organisaties leiden soms ook aan inclusiemoeheid. In de sportsector is het thema ook niet nieuw natuurlijk, maar misschien wel de mate waarin men erop inzet. Tegelijk is sport de meest democratische sector, omdat er veel minder culturele codes zijn.”
De regels van voetbal zijn nu eenmaal overal hetzelfde. Zijn die culturele codes een van de grootste drempels bij verenigingen?
“Een drempel komt nooit alleen. De grootste is en blijft armoede. De tweede drempel is de culturele. Bij armoede is het duidelijker. Je krijgt een verhoogde tegemoetkoming of niet. Al zijn daarmee niet alle andere drempels die bij armoede komen kijken, aangepakt. Bij een culturele drempel weten we niet hoe hard die nog speelt na twee, drie of vier generaties. Dat kan met taal te maken hebben, maar vansommige drempels of codes zijn we ons ook niet bewust. Ik sprak onlangs met de filmsector. In West-Europa zitten we stil in een zaal om naar een film te kijken. Wel, dat is een uitzondering in de wereld. In elke andere cultuur is naar de cinema gaan een feest. Er wordt geroepen, gelachen, gedanst … Dat is een culturele code.”
Hoe komt het dat verenigingen het zo moeilijk hebben met diversiteit creëren?
“Kijken we naar de sport- en jeugdsector, maar ook naar vele andere verenigingen, dan zien we dat ze enorm steunen op vrijwilligers. Inzetten op diversiteit vergt veel van jezelf en je hebt er niet altijd de tools, omkadering en begeleiding voor. Stel dat er morgen bij een jeugdbeweging drie gezinnen aankloppen die in extreme armoede zitten. Hoe ga je daarmee om? Of iemand met een genderdiversiteit? Doe het maar eens als vrijwilliger.
Dus wij vertrekken graag vanuit de idee dat er geen moeilijk bereikbare groepen bestaan, enkel moeilijk bereikbare organisaties. Wij werken rond hoe organisaties met drempels kunnen omgaan. Rond de vraag hoe je een diverser publiek kan aantrekken zodat mensen zich welkom voelen, zich deel voelen van de vereniging. Wat heb je nodig om die drempels te leren kennen, je ervan bewust
te worden en welke acties kun je er doen om die drempels zo laag mogelijk te houden of weg te werken? Je moet de mensen niet gewoon tot aan de deur krijgen, ze moeten zich ook welkom voelen om binnen te stappen.
Heb je als witte vereniging de nodige openheid en tools in handen om ervoor te zorgen dat je werking openstaat om die mensen te ontvangen, met de nodige zorg? Want het gaat niet alleen over ‘ze mogen mee in de zaal zitten’. Het is ook belangrijk dat mensen zich welkom voelen, ruimte krijgen om mee te doen en iets van zichzelf in te brengen.”
Hoe begin je daar aan als vereniging?
“Misschien moet je je type activiteiten eens in vraag stellen. Kan je de traditionele kaas- en wijnavond een keertje vervangen door een activiteit die een andere doelgroep zou kunnen aanspreken? Misschien zelfs het idee laten groeien vanuit de doelgroep zelf? En voelen de witte mensen zich daar oké bij? Want die moeten zich ook nog veilig voelen. Er komt dus meer bij kijken dan ‘we organiseren iets en iedereen mag komen, maar ze komen niet’.” Dat hoor je wel vaker: ‘we doen ons best, maar ze komen niet’. En als ze komen, dan blijven ze niet lang.
“Ik heb hier geen waarheid in pacht. Het is een zoektocht. Diversiteit schuurt altijd als je erop wil inzetten. Relatie gaat vooraf aan participatie. Je krijgt pas participatie als je investeert in het opbouwen van een relatie met mensen. Dat is het cruciale fundament om daarna de participatie te kunnen verduurzamen en ervoor te zorgen dat ze langer blijven. Dat ze zich betrokken voelen en niet gewoon mogen komen maar te snel weggaan omdat ze de manier van koken of iets anders niet kennen. Betrek de mensen voor je beslist welke activiteiten je organiseert. Want wanneer zetten verenigingen meestal in op participatie? Als de activiteit gepland is en alles al vaststaat. Het is belangrijk om ervoor te beginnen. Ga op zoek naar de mensen die je wil bereiken en betrek hen vanaf de eerste stap. Laat ze meedenken. Zo bouw je ook vertrouwen op.
Eigenlijk ligt de verantwoordelijkheid een beetje bij wie de macht heeft. Dat zijn wij, want wij zitten aan het stuur van de vereniging, het cultuurhuis of de sportclub. Dus wij hebben de verantwoordelijkheid om uit de parochiezaal te komen en naar de plaats te gaan waar die mensen zijn. Je moet zelfs nog niet meteen een activiteit organiseren, maar misschien gewoon eens kijken hoe je samen iets kan doen, en zo stap per stap betrokkenheid creëren. En misschien is een latere stap dan dat ze ook naar de parochiezaal komen.”




