Home > Nieuws > “Naast je kinderen mogen staan terwijl ze de wereld ontdekken, is een voorrecht”

“Naast je kinderen mogen staan terwijl ze de wereld ontdekken, is een voorrecht”

Elk Raak Magazine gaan een BV en een Raak-lid in gesprek. In editie januari-februari hebben radiopresentator Tom De Cock en Raak-vrijwilliger Philippe Vangeneugden (Raak Kessel-Lo) het over vader zijn.

Tom De Cock is radiopresentator, televisiemaker en auteur, maar in de eerste plaats vader. Een gezin uitbouwen met zijn man had veel voeten in de aarde. Het voorbereidingstraject voor hun adoptiedochter Jasmijn duurde bijna zes jaar. Intussen kwam er ook een pleegzoon bij. Hoewel Philippe Vangeneugden van Raak Kessel-Lo een traditioneler gezin heeft, herkent hij veel van Toms bekommernissen. Maar dat geldt ook voor de vele geluksmomenten.

En ze hebben nog iets gemeenschappelijk: Tom en Philippe wonen in dezelfde straat. We spreken af bij Tom thuis, waar het gesprek al snel langs Leuvense straten, crèches en scholen gaat. Er zit een groot leeftijdsverschil tussen de kinderen van Tom en Philippe. De ene breekt zijn hoofd over de juiste middelbare school, terwijl het voor de ander een les is in loslaten nu de twee oudste dochters op kot zitten. Philippe: “Meteen een goed voorbeeld van hoe de betekenis van betrokkenheid verandert naarmate je kinderen zelfstandiger worden. Niet dat je opeens uit beeld verdwijnt, maar je vult die rol wel anders in.”

Hoe is die rol dan in het begin?

Philippe: “Wel, voor mij is dat een apart verhaal. Ik heb mijn eerste dochter namelijk zelf ter wereld gebracht, in de badkamer bij ons thuis. Mijn vrouw komt uit Nederland en daar is thuis bevallen gebruikelijk, maar onze vroedvrouw was er nog niet toen de weeën plots doorbraken. Ik heb haar nog gebeld en de voordeur opengezet, maar toen ze verscheen, was onze dochter al geboren.”

Tom: “Wauw, dan heb je toch meteen een heel sterke band met je dochter? Straf, een verhaal dat zoveel kracht uitstraalt. Ik ben er zelfs een beetje jaloers op.”

Philippe: “Maar het was ook overweldigend. Toen de vroedvrouw vroeg of ik de navelstreng wilde doorknippen, heb ik toch vriendelijk bedankt. (lacht) Maar de eerste dagen en zelfs jaren bij je kind doorbrengen, lijken me cruciaal om een goede band op te bouwen met je kind.”

Tom, als adoptieouder ben je niet aanwezig bij de geboorte. Voelden jij en je partner je meteen betrokken bij Jasmijn?

Tom: “Toch wel. Omdat het adoptietraject jaren in beslag nam. Je verzamelt een heel dossier over jezelf, je partner en je relatie. Om een voorbeeld te geven: Maarten en ik moesten elkaars valkuilen als opvoeder benoemen in het bijzijn van een psycholoog. Confronterend. En ik verzeker je, op weg naar huis bedenk je er nog een paar, tot je een heel weekend niet met elkaar praat. Die denkoefening, bewust worden van de impact van een kind, beschouw ik ook als betrokkenheid. Net zoals nadenken over waar je wil dat je kind opgroeit. Hier hebben we een netwerk van familie en vrienden. Daarom wonen we in Kessel-Lo en niet in een hippe loft in Borgerhout.”

Sinds 2023 hebben jullie ook een pleegzoon.

Tom: “In ondersteunende pleegzorg. Om de twee weken brengt hij een weekend bij ons door. De overige dagen is hij bij zijn moeder. Daarom zeg ik soms dat we anderhalf kind hebben. Maar pas als we met ons vieren zijn, voelt ons gezin compleet.”

Leg je andere accenten in de opvoeding omdat hij een jongen is?

Tom: “Niet bewust. Ik kijk zo ook niet naar opvoeden. Je probeert in te spelen op wat je kind nodig heeft en dat is karaktergebonden. Maar hoe genderneutraal je ook wil opvoeden, van de natuur win je niet. Toen we met Jasmijn voor het eerst in een speelgoedwinkel kwamen, rende ze rechtstreeks naar de Barbiepoppen, recht voorbij drie rekken met jongensspeelgoed.”

Philippe: “Ik heb iets gelijkaardigs meegemaakt. Toen onze eerste dochter net kon staan, waren wij aan het verbouwen. De woonkamer was pas klaar. Nieuwe houten vloer, helemaal leeg, maar er slingerde wel al een bal rond. Toen ik de bal naar haar trapte, liet ze die gewoon passeren. Ze draaide zich om, zag de stofzuiger staan en begon daarmee te spelen.”

Tom: “Precies een reclamefilmpje over gendergelijkheid.” (lacht)

Philippe: “Ik denk dat, net zoals jij zegt, het meer over persoonlijkheid gaat. Onze oudste dochter was altijd al iemand die graag organiseerde en opruimde. Onze zoon is dan weer het tegenovergestelde: zijn eerste woordje was ‘bal’. En dan hebben we nog onze middelste, die het weer helemaal door elkaar haalt. Zij voetbalt, maar is tegelijk ook een echte sloddervos.”

Wat verstaan jullie onder betrokken vaderschap?

Philippe: “Interesse tonen, willen weten waar mijn kinderen mee bezig zijn. Of zij daar ook op zitten te wachten, is een ander verhaal. Ik vroeg onlangs aan mijn zoon: ‘Wil jij a) een papa die naar elke voetbalmatch komt kijken, b) een papa die nooit komt kijken of c) eentje die af en toe komt?’ Waarop hij zei: ‘Wat jij wilt.’”

Tom: “Maar daar is ook een basis van vertrouwen voor nodig. Hij zegt dat waarschijnlijk omdat hij weet dat jij geïnteresseerd bent in wat hij doet. Dan heb je misschien ook niet de behoefte om je vader daar elke keer te zien. Hij weet: als ik papa nodig heb, zal hij er staan.”

Philippe: “Ken je de uitdrukking ‘curlingouders’? Ouders die alle obstakels al voor hun kind wegvegen. Dat lijkt me ook niet gezond. Als je alles zelf wil oplossen, krijgen je kinderen geen ruimte om te groeien. Aanwezig zijn, zonder er te dicht op te zetten, dat is voor mij de kern van betrokkenheid.”

Tom: “Maar ik begrijp die reflex wel, ik wil onze kinderen soms in bubbeltjesplastiek wikkelen, ook al belemmer je zo hun groei. Maar om op je vraag te antwoorden, onder betrokken vaderschap versta ik je kinderen voorbereiden op het volwassen leven. Je wil ze in een soort harnas steken, zodat ze gewapend zijn tegen de wereld, maar nog kunnen buigen en strekken. Die dunne lijn, tussen begeleiden en loslaten, vind ik het allermoeilijkste aan opvoeden.”

We leven in tijden waarin figuren als Andrew Tate jongeren bestoken met vrouwonvriendelijke boodschappen. Hoe beschermen jullie je kinderen daartegen?

Tom: “Ik vind het wel de meest abjecte onzin dat we leven in de meest complexe tijden ooit. Er zijn altijd crisissen geweest in ons land, van wereldoorlogen tot Dutroux. Maar het is inderdaad oppassen voor een criminele idioot als Tate.”

Philippe: “Is er daadwerkelijk een negatieve evolutie? Ik denk dat die ideeën al decennia heersen, maar dankzij hedendaagse platformen een groter bereik hebben. Ik sprak ooit met mijn zoon over Andrew Tate. ‘Die is al lang passé’, was zijn antwoord. Hij herinnert zich vooral dat Tate de spierballencultuur promoot, zijn neerbuigende kijk op vrouwen is niet blijven hangen. Nu, als we merken dat hij het daarmee eens zou zijn, krijgt hij de wind van voren. Ik hoop dat hij thuis ziet hoe wij het aanpakken en elkaar als gelijkwaardig behandelen. Maar echt beschermen wordt moeilijk, want vanaf een bepaalde leeftijd heb je nog maar weinig zeggenschap over hun schermtijd.”

Tom: “Dat vind ik een mooi inzicht: dat je als vader ook een beeldcultuur creëert in je gezin. En je kinderen zo kritisch leert nadenken over de onzin van een Andrew Tate. Ik ben opgegroeid in een CD&V-nest, maar er was wel ruimte voor andere invalshoeken. Ik zei tegen mijn vader ook gewoon: ‘Daar hebben die socialisten nu toch een punt?’ En daar werd over gediscussieerd, wat leidde tot een bredere kijk op het leven. Niemand heeft de absolute waarheid in pacht. Gandhi niet en een Trump al zeker niet, maar we moeten wel naar elke stem luisteren, zolang we maar kritisch blijven.”

Philippe: “Dan helpt een algoritme niet echt, want dat toont alleen maar meer van hetzelfde. Als je een keer klikt op Tate wordt dat niet gecounterd met ‘een Gandhi’. Maar enkel een spiritueel leider voorgeschoteld krijgen, is dan ook weer niet gezond.”

Uit onderzoek blijkt dat het meestal vrouwen zijn die langer thuisblijven en minder gaan werken. Hoe verdelen jullie detaken in het huishouden?

Philippe: “Bij de geboorte van onze kinderen ben ik telkens 20 procent minder gaan werken, steeds in samenspraak met mijn vrouw. We hebben beiden een job met flexibele uren. Soms werk ik meer, dan neemt zij weer wat extra uren op. We stemmen dat af. In de eerste plaats omdat we dat kunnen, op dat vlak zijn we enorm geprivilegieerd.”

Tom: “Dat is wel een sleutelwoord: privilege. Mijn ouders hebben heel hun leven een bakkerij gerund als moderne mijnwerkers. Hun enige hobby was hun kinderen opvoeden. Ze hebben veel opgeofferd. Dankzij hun inspanningen heb ik kunnen kiezen welke job ik ging doen. Mijn man en ik bespreken ook hoe wij de taken verdelen, maar hebben daarnaast ook ons eigen leven. Ik ga minstens één weekend per maand alleen naar zee om te schrijven aan mijn boeken. Dat is een serieuze onderhandeling, maar het krediet dat ik krijg, geef ik dan ook terug.”

Heb je zaken moeten opofferen om tijd te maken voor je kinderen?

Tom: “Waarschijnlijk wel, maar ik heb dat nooit zo ervaren. Ik vind de formulering ‘opoffering’ wat misplaatst. Je neemt gewoon een andere afslag in het leven. Een mens maakt nu eenmaal keuzes en dan komen er sowieso nieuwe zaken op je pad. Het is een cliché, maar je krijgt er

zoveel voor terug. Mijn dochter heeft een tijdje in een voetbalploeg gezeten. Voetbal zegt me niks, maar opeens stond ik daar tijdens de training tussen de andere papa’s. Ook dat beschouw ik als een privilege.”

Philippe: “Naast je kinderen mogen staan, terwijl ze de wereld ontdekken, is een voorrecht. En dat je als vader hun begeleider mag zijn. Zeker als ze nog klein zijn, maak je daar het verschil. Je laat hen kennismaken met hobby’s en interesses, je hebt dat voor een stuk in de hand. Om terug te komen op wat betrokken vaderschap inhoudt: voor mij is dat vooral een goede gids zijn.”

Foto: Michiel Bronckaerts

Meer nieuws