“De wereld heeft behoefte aan gesprekken waarin we samen wijzer willen worden in plaats van de ander te overtuigen van ons eigen gelijk. Een goed gesprek begint bij een goede vraag. En een goede vraag begint bij ‘willen weten’: een houding van nieuwsgierigheid en verwondering. De houding van Socrates.” De woorden komen recht uit ‘Socrates op sneakers’: een boek over de ‘vraagmethode’ van de Griekse filosoof Socrates om tot wijsheid tot komen. Doordat hij onophoudelijk nieuwe vragen stelde, ontdekten zijn gesprekspartners dat zij eigenlijk niets weten. Of zoals Socrates zou zeggen. ‘Enkel hij die zichzelf kent, en weet dat hij niets weet, heeft ruimte voor werkelijke kennis.’ Raak ging in gesprek met auteur Elke Wiss.
Tekst: Peter Thoelen, foto’s: Yara Dragt en Elke Verbruggen
Raak: Vanwaar je interesse in vragen stellen en luisteren?
Elke: “Ik heb altijd een soort aangeboren wens gehad om mensen te doorgronden. Dat werd nog aangescherpt toen ik als theatermaker m’n eigen creatieve proces wilde structureren. In het theater ben je vaak bezig met grote maatschappelijke thema’s en ik zocht naar gereedschap om die beter te kunnen vastpakken. Ik volgde een cursus over praktische filosofie en was er meteen door gebeten. Waarom was dit niet toegankelijk voor iedereen? Dus begon ik een boek voor een breed publiek te schrijven. In de cursus gingen we aan de slag met een ‘socratisch gesprek’. Die methode greep me zó dat ik meer opleidingen ging volgen. Toen ik het boek schreef, realiseerde ik me dat ik zoveel ophing aan die methode dat Socrates een grotere plek in het boek kreeg dan oorspronkelijk voorzien.”
Raak: Tegenwoordig hebben meningen vaak hetzelfde gewicht als feiten. Is dat een probleem in de zoektocht naar een goed gesprek?
Elke: “Ik zet feiten niet per se tegenover meningen. Het maakt voor een socratisch gesprek helemaal niet uit of iemand z’n mening oppert. Als iemand vindt dat Zwarte Piet moet kunnen blijven bestaan omdat dat nu eenmaal een onschuldige traditie is, kun je daarop perfect doorvragen: Waar baseer je je op? Is dat zo? Sinds wanneer bestaat die traditie? Veranderen tradities met de tijd?”
Raak: Je stelt dat we liever we praten dan luisteren. Is dat nieuw of is het van alle tijden?
Elke: “Wellicht is het van alle tijden, maar het is ook cultuurgebonden. We zitten nu in het westen wel heel erg in een ‘ik-cultuur’. ‘Wij’ is vaak ondergesneeuwd. De media zetten heel hard in om vele ‘ikken’ in de etalage te zetten.
In onze huidige maatschappij kijken we vooral op naar leiders, knopendoorhakkers, doorzetters, zeker-weters. Niet naar mensen die het (nog) niet weten of over wat langer over een vraag willen nadenken. Zo vind ik ‘opiniemaker’ maar een rare roeping: een soort voorzegger van meningen. Blijkbaar hebben we dat nu nodig. Door de snelheid waarmee opinies op ons afkomen, krijgen we geen ruimte meer om ons eigen denken te ordenen. Ik stel daarom een nieuw concept voor: vragenmakers. Mensen die uitnodigen tot kalme beschouwing en reflectie, die geen stellingen poneren maar een kwestie bevragen.”
Raak: Waarom zijn we zo slecht in het stellen van goede vragen?
Elke: “In ons onderwijs en onze opvoeding worden we niet getraind in het stellen van objectieve vragen aan elkaar. Dat veranderen vergt bijna een cultuuromslag in ons schoolsysteem. Daarin is doorheen de tijd wel wat in verschoven, maar het blijft toch vooral kennisoverdracht en niet ‘leren zelfstandig en kritisch vragen stellen’. Ook in de meeste thuissituaties of in de media wordt dat niet gestimuleerd.”
Raak: Wat is de rol van luisteren om tot een goed gesprek te komen?
Elke: “Vaak denken we dat we luisteren, maar we doen het niet. Terwijl we naar iemands antwoord luisteren, zijn we vaak al bezig met het formuleren van onze eigen reactie daarop of willen we onze eigen ervaring daar overheen leggen … als we al niet denken aan ons boodschappenlijstje of een probleem op het werk. Echt zuiver luisteren naar wat iemand zegt, en vragen wat die persoon daar precies mee bedoelt, is niet gemakkelijk.
Om dat te kunnen doen, moet je oefenen. Dat is in het begin best moeilijk, want je zit in de modus die we aangeleerd hebben: je mening uiten. Als je het eenmaal beethebt, is vragen stellen eigenlijk een gemakkelijke manier om tot een gesprek te komen. Doordat je echt luistert naar wat die ander te vertellen heeft, ben je niet bezig met jezelf en hoe je zou moeten reageren. Zo krijg je focus en diepgang.”
Raak: Wat is de link tussen de kracht van luisteren en het formuleren van vragen?
Elke: “Meestal is onze luisterhouding een ‘wat-vind-ik-ervan-luisteren’. Je staat klaar met goede raad, gooit je eigen mening op tafel … Het formuleren van de juiste vragen begint met ‘wat-bedoel-je-precies-luisteren’. Wat je er zelf van denkt, maakt niet uit. Je vraagt door. Tot op het bot. Zelfs zonder empathie. Als je empathie toont, ga je weer in het gevoel van de ander staan, of tenminste: hoe jij dat gevoel interpreteert.”
Raak: Hoe sterk kun je van mening verschillen vooraleer de vragen overhellen naar confronteren?
Elke: “Heel sterk. Het is juist aan mensen met wie je heel erg van mening verschilt dat je indringende vragen kunt stellen. Je wilt weten waarom iemand iets zegt, waar hij dat op baseert, hoe hij zijn overtuiging motiveert en verantwoordt. Soms blijkt dat er minder verschillen zijn dan je dacht. Maar er valt in elk geval iets van zo’n vraaggesprek te leren.”
Raak: Hoe vermijd je weerstand in het formuleren van vragen die aan het denken zetten?
Elke: “Die vraag veronderstelt al dat weerstand vermeden zou moeten worden, en dat denk ik niet. Ik zou eerder een ode willen schrijven aan ongemak en weerstand. We zijn het niet gewend om onze mening te laten bevragen, maar er is nog niemand slechter geworden door verantwoording af te leggen over wat hij zegt. Als dat ongemakkelijk voelt: nou en? Als ik ga sporten en ik heb de volgende dag spierpijn, is dat ook ongemakkelijk. Toch was het goed voor mijn lichaam. Het hoort er gewoon bij. In mijn ervaring helpt het wel als je op een of andere manier aankondigt dat je gaat doorvragen.
We moeten af van het ‘feelgood-dogma’ waar we allemaal in geloven, met uitspraken als: ieders mening is even waardevol, het maakt niet uit wat je ervan denkt, vrijheid van meningsuiting … Dus geen confrontatie. Laat die weerstand er maar zijn en laat iedereen maar zwoegen om z’n mening te onderbouwen en te bevragen. Ik denk dat het voor jezelf, de wereld, de ander en het gesprek nog gemener is als je iemand laat geloven in zijn eigen bullshit. Samen wijzer worden gaat voor een groot deel over zin en onzin onderscheiden.”
